|
|
Derde week. Vrijdag
24. DE LIEFDE VAN GOD
–De oneindige liefde van God voor iedere mens. –Ook als we
Hem beledigen, blijft zijn barmhartigheid ons deel. –Ons bij God aansluiten. Het
eerste gebod. God liefhebben in de voorvallen van elke dag.
24.1
In de hele Heilige Schrift is voortdurend sprake van de liefde van God voor ons.
Hij laat ons dat op verscheidene manieren weten. Hij verzekert ons dat, al zou
een moeder het kind in haar schoot vergeten, Hij ons nooit zal vergeten, omdat
Hij ons in zijn handpalmen
geschreven heeft staan, om ons altijd binnen zijn blikveld te
houden.1
De eerste lezing van de mis, de profeet Hosea, is een van
die teksten die God laten zien in zijn ontroerende overwinning van liefde op de
ongelovigen en de schijnheilige bekeerlingen van zijn volk. Israël erkent
uiteindelijk, dat het heil niet te vinden is in bondgenootschappen met andere
volkeren, in zelfgemaakte goden2,
in loze brandoffers, maar in de liefde die haar uitdrukking vindt in de trouw
aan het Verbond. Dan ziet men een glimp van mateloos geluk. De bekering zelf is
het werk van Gods liefde, want alles komt voort uit Hem die ons ruimhartig
liefheeft. Ik wil hen van hun
ontrouw genezen en hun van harte mijn liefde schenken. Mijn toorn heeft zich van
hen afgewend. Ik wil voor Israël zijn als de dauw: als een lelie zal hij gaan
bloeien en hij zal wortels schieten, als op de Libanon. Zijn scheuten lopen uit,
zijn luister evenaart die van de olijfboom, zijn geur die van de Libanon. Zij
zullen opnieuw in zijn schaduw zitten; zij zullen koren kunnen verbouwen, zij
zullen bloeien als de wingerd en vermaard zijn als de wijn van de Libanon.3
Wij zullen ons nooit kunnen voorstellen hoezeer God ons
liefheeft. Toen wij verloren waren, zond Hij zijn Eniggeborene om ons te redden,
opdat de Zoon, door te sterven, ons zou verlossen uit de staat waarin wij
gevallen waren: Zozeer immers
heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.4
Dezelfde liefde brengt Hem ertoe zich op een gewone wijze geheel aan ons te
geven, door genaderijk in onze ziel te verblijven:
Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord
onderhouden, mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en
verblijf bij hem nemen.5
En Hij is met ons in gesprek in het diepst van ons hart gedurende deze perioden
van gebed en op elk moment van de dag.
«Ik zal je dienen, want ik kwam
om te dienen en niet om gediend te worden.
Ik ben vriend, en lidmaat en hoofd, en broeder en zuster, en moeder; Ik ben
alles en zoek alleen jouw nabijheid. Voor jou
ben Ik arm, voor jou bedel Ik, word Ik gekruisigd, voor jou word Ik
begraven. Ik ben jouw voorspraak in de hemel bij God de Vader; en op aarde ben
Ik jou zijn gezant. Jij bent Mij alles, broeder en mede-erfgenaam, vriend en
lidmaat. Wat wil jij nog meer?»6
Wat zouden wij nog meer kunnen verlangen? Als wij de Heer beschouwen in elke
statie van de kruisweg, zullen vanuit de volheid van ons hart deze woorden
gemakkelijk over onze lippen komen: «Te weten dat U, mijn God, mij zozeer
liefhebt en… ik heb mijn verstand nog niet verloren?»7
–1. Jes
49,15-17. –2. Vgl. Hos
14,4. –3. Eerste lezing van de mis;
Hos 14,5-8. –4.
Joh 3,16. –5.
Joh 14,23. –6.
H.
Johannes Chrysostomus,
Homilieën over Matteüs, 76. –7.
H. Jozefmaria Escrivá,
De Weg 425. –8.
Introïtus van de
mis, Ps 86,8 en 10.
–9. Vgl. Lc
15,1 e. v. –10. Mt
28,20. –11. H. Jozefmaria
Escrivá, Als
Christus nu langs komt, 59. –12.
Gebed na de communie. –13.
Francisca Javiera del Valle,
Kom, Heilige Geest.
–14. Mc 12,28-30.
–15. H. Jozefmaria Escrivá,
Vrienden van God,
296. –16. H. Augustinus,
Preek 70. –17.
H. Augustinus,
De bono viduitatis.
–18. Johannes Paulus ii,
Algemene audiëntie,
27 september 1978. –19. Joh
13,35.
|